|
|
De discussie over de normen voor het geluidsniveau van vliegtuigen op de luchthaven van Zaventem sleept nu al jaren aan.
De geluidsnormen die de Brusselse regering hanteert zijn streng maar conform de regels van de Wereldgezondheidsorganisatie. Toch vindt de Vlaamse regering die normen te streng! Wat meteen impliceert dat de Vlaamse regering het minder nauw neemt met deze nochtans internationaal erkende normen.
Bij de beslissing van de DHL-koerierdienst om Zaventem te verlaten in 2004 speelde de na te leven normen een grote rol. De onbekwaamheid van de verschillende regeringen om zich over één norm akkoord te verklaren, woog mee in de beslissing van DHL om voor haar Europese centrale hub uit te wijken naar Leipzig. Daardoor verliezen meer dan 1700 arbeiders hun job. DHL in Zaventem wordt tenslotte een Benelux-hub. Daarmee liep men 8000 bijkomende jobs mis: het verschil tussen een Europese hub en een regionale hub. En dat terwijl in Brussel 25.000 jongeren werkloos zijn, dat is één op drie jongeren. En dat in een regio die nog volop het catastrofale banenverlies verteert van Sabena (- 12.000) en Renault (- 3.500).
Het opbod en de onwil van de verschillende regeringen en politieke partijen in deze zaak tonen dat deze heren en dames geen besef hebben van wat werk voor een gewone mens betekent. En ze illustreren ook hun onmacht tegenover multinationals.
Dit toont duidelijk dat de doorgedreven regionalisering van ons land niet werkt. Inderdaad, goede geluidsnormen moeten gelden voor alle mensen, Brusselaars en Vlamingen. Dat dit geregeld wordt op Belgische federaal niveau, spreekt voor zich. De poespas rond deze geluidsnormen, de aanslepende processen zijn een voorsmaak van wat ons te wachten staat indien er nog meer gesplitst wordt zoals het tewerkstellingsbeleid, de RVA, en nog ruimer de hele sociale zekerheid.
Opmerkelijk nog is dat Vlaamse regering nu boetes zou moeten gaan betalen voor de niet naleving van de geluidsnormen. Al die jaren heeft de federale regering de vliegtuigmaatschappijen die de overtredingen begaan ongemoeid gelaten. Precies hier wringt het schoentje. Die maatschappijen willen niet investeren in nieuwe betere en stillere vliegtuigen. Die investeringen tasten immers hun winsten aan en de aandeelhouders zien dat niet zitten. Die vliegtuigeigenaren zijn de ware schuldigen en zij moeten beboet worden. De regering moet er voor zorgen dat elke boete die zij betaalt onmiddellijk en volledig verhaald wordt op die maatschappijen.
In een overgangsperiode moeten de lawaaierige vluchten beperkt worden en verboden zijn tijdens de nacht. De luchtvaartmaatschappijen moeten een plan voor leggen hoe ze deze luidruchtige vliegtuigen aanpassen en vervangen op een periode van 5 jaar. Die overgangsperiode ontkracht ook de mogelijke dreigingen met wegtrekken en banenverlies waarop deze maatschappijen een patent hebben.
Riet Dhont
Lijstrekker PVDA+ te Brussel
27 april 2007